| |
Gezond verstand
De afgelopen week deed ik twee pogingen om mijn algemene kennis op te
vijzelen. Ze begonnen allebei met een e-mail. De eerste kwam al maanden
terug van Muziekcentrum Vredenburg. Of ik mee wilde doen aan het voorlezen
van de integrale Finnigans Wake tijdens festivalde Slapeloze Nacht. Slapeloosheid,
daar weet ik alles van, dacht ik, hoe moeilijk kan het zijn? Ik werd genoteerd
en dacht er verder niet meer aan.
Het tweede mailtje kwam van BNN. Ze organiseerden een IQ-test, met allerlei
bevolkingsgroepen. Frans Bauer-fans, vrouwen met grote borsten, dronken
studenten, schakers. En kunstenaars. Daar kwam ik het verhaal binnen.
Want schrijven is ook wel een soort van kunst, toch? Misschien? Of ik
mee wilde doen? Nu ben ik in voor alles waar ik een stukje uit kan slepen,
dus... Mijn vriendje, wel degelijk kunstenaar met grote K, wilde ook wel.
Later herinnerde ik me dat ik die test vorig jaar ook gemaakt had. En
dat ik LAAG scoorde. Lager dan ik hier wil toegeven. Laten we het erop
houden dat ik alle vragen met platgeslagen 3D-figuurtjes, en wat die dan
in 3D precies waren geweest, niet snapte. Het lag gewoon aan de vraag,
ja?
Of toch niet. Ik boodeen krant aan eens wat over slapen en waken te schrijven,
zodat ik me in werktijd kon oriënteren op een oplossing. Op internet
vond ik dat veel slaap overslaan al op vrij korte termijn funest is voor
je concentratievermogen. Daar begon me iets van te dagen tijdens een introductieavond
voor alle Finnigans Wake-voorlezers . Er werd onmiskenbaar levendig, levensecht,
inlevend, belevend voorgelezen, en toch lukte het me niet om er ook maar
een woord van binnen te krijgen. Laat staan een zin, een alinea, een grote
lijn. Na afloop kreeg ik mijn twee vuisten dikke exemplaar van het boek
uitgereikt en moest ik wel meedoen.
Onderweg naar de IQ-test voelde ik me al even ontheemd. Mijn geliefde
en ik zijn allebei niet slim genoeg om te kunnen autorijden, en dus altijd
afhankelijk van mensen die wel het verschil tussen links en rechts weten.
In zijn geval komt daar, ook na 25 jaar wonen in Amsterdam, een permanente
staat van verdwaling bij, en de weigering dat probleem kenbaar te maken
voor het te laat is. Kortom, onderweg naar onze beroemde kunstschilderende
mededeelnemer en chauffeur Mirko herinnerde ik me dat een van de intakevragen
van de IQ-test was of je goed kon kaartlezen.
Daar kwam nog
wat bier en een stevige file overheen voor het onderdeel logica:
er willen minder mensen van Amsterdam naar Hilversum dan andersom, waren
we inmiddels ook gezakt en uiteindelijk stonden we zon 45
minuten te laat op het aardedonkere parkeerdek 2 van het Mediapark. Ik
zag een bordje staan: BNN IQ test. De mannen zagen een bus staan, vijftig
meter verderop, en renden er al heen. Misschien betekent dit bordje
dat we daar moeten wachten, hijgde ik achter ze aan, maar ze zaten
al. En kwamen netjes weer naar buitentoen ik, verbaasd over het hoge aantal
pensioengerechtigden in de bus, maar eens vroeg of we wel goed zaten.
Onderdeel logica alsnog binnen.
Dat, zo leerde ik uit de slaaphandleiding, op de langere termijn slapeloosheid
ook je intelligentie aangetast, werd waarheid op vakantie. Zowel mijn
geliefde, die ik er ook had bij gelapt, als ikzelf namen een printje mee
van Finnigans Wake. We keken er eens naar en zagen:
'Hedaars iaksels koolderiek. Baar weerom de dog geschoten voor het
duister krocht is? Laats Gallus hun ochtendkoren, han, en zij, hon, het
Sassqueehenneque, kipperent van kop af.'
We haalden slaap in en deden niets dat het intellect van Harry Potter
oversteeg. En we weten allemaal dat die niet bij Ravenklauw is ingedeeld.
Toen we aankwamen bij BNN was de hal verlaten. Enkele teleurgestelde Frans
Bauer-fans werden juist naar buiten geveegd. Hun tribune was vol. En schakers
waren er ook genoeg. Kunstenaars? Dat wist niemand. Twintig lange minuten
laterkwam het verlossende woord. Het kunstenaarsvak was vol gezat met
schakers. Tja, kunstenaars, die komen nooit opdagen he? Nou, wij dus wel,
probeerde mijn geliefde nog, en dat zon file heus geen pretje was
en hij eigenlijk wel toe aan een biertje. Minachtend keek de presentatrice
weg. Naar mij. Want ik, ik kon best meedoen bij de dikke tieten! Toch?
Ze keek naar mijn truitje. 'Ja hoor!' zei ze. Mirko lag met roodaangelopen
hoofd op de grond te rollen. Doen, doen, riep hij. Nee, nee, riep mijn
vriendje. Ik zag het voor me: twee uur op een tribune, met mijn te kleine
tieten, niemand om bij af te kijken, niemand die iets over mijn IQ wil
weten maar nog wekenlang de vraag hoeveel er in mijn bh zit... Nee,
ik doe het niet, zei ik.
Nee, ik doe ik het niet, schreef vriend Ingmar me enkele dagen
voor de fatale Slapeloze Nacht. Hij had het zo eens een avond of wat geprobeerd
met zijn stukje Finnigans Wake, en zag het niet zijn bek uitkomen. Hij
had afgezegd. De verleiding werd groot. Toen belde mijn geliefde. Enthousiast
begon hij James Joyce te citeren, met veel sterkte en diepte en klankkleur
en u kent dat wel. Ik probeerde dat hij mijn tekst ook wel even kon doen
en werd hardop uitgelachen.
Drie dagen voor de avond van de waarheid. Tijdens mijn eerste poging de
tekst eruit te wringen werd ik nogmaals hardop uitgelachen. Nu door mezelf.
Die eerzucht ook altijd.
Daar was bij BNN steeds minder sprake van. Met vijftien overtollige schakers
en dronken studenten mochten we naar de ontspanningsruimte, om onder het
genot van een hapje en een drankje de test te maken. Of mochten, zeg maar
moesten. De deuren waren inmiddels dicht en de pendelbussen verdwenen.
De enige die mocht vertrekken was Mirko, die het waagde een hapje salade
van het onttakelde buffet te nemen. Nuja, mocht, zeg maar moest. Wij moesten
dan weer blijven. Tv kijken bij de tv, kan het dommer.
De ontspanningsruimte bleek een hokje van drie bij zeven. Het hapje en
het drankje respectievelijk een zak borrelnoten en wat flessen fris. De
televisie gaf geen beeld en het beloofde uitzicht op de studiovloer werd
ons grotendeels ontnomen door zwarte gordijnen. Voortdurend kwamen beveiligingsmedewerkers
en hostesses zeggen wat we niet mochten. Rondlopen, om hoekjes kijken,
zeg maar onze stoel verlaten. Eigenlijk heel eenvoudig.
In Muziekcentrum Vredenburg mocht op roken na dan weer alles. Zaterdagavond
staken we, na een indrukwekkend pakket consumptiebonnen te hebben ontvangen,
even onze neus om de hoek van Finnigans Wake. Een dame zat zo overtuigend
te interpreteren, zo rustig te vertellen, dat we gauw weer wegvluchtten.
Dat zou niks worden. Op de gang werden we voortdurend aangesproken door
andere slachtoffers. Of wij al waren geweest. Dat zij al waren geweest.
Hoe erg het was, en hoe moeilijk. Die nacht werd er weinig geslapen. In
en buiten Muziekcentrum Vredenburg. In mijn klamme bed las ik over lamzangmaten,
flankfurters en een Kumulonubulocirrhonimbische hemel.
Ook de IQ-test was onnavolgbaar. We kregen een plaatje te zien van twee
slapende bejaarden in een strandstoel. Plaatje weg, en dan maar reproduceren
of ze naar links, naar rechts of naar elkaar keken. Keken? Ze hadden hun
ogen dicht. Discussie alom, zodat we de volgende vraag misten. Ik had,
onuitgeslapen als altijd, sowieso moeite te focussen. Niet alleen omdat
we steeds bezig waren onze kunstenaarsvrienden te ontwaren dat
bleek nog niet eenvoudig omdat kunstenaars schijnbaar de minst tot de
verbeelding sprekende publieksgroep waren en dus nauwelijks in beeld mochten
komen. Ook kletste Jeroen Pauw oorverdovend door de vragen heen
heeft u wel eens iets geprobeerd te lezen dat door iemand anders in een
derde van uw tempo wordt voorgelezen? Ik ben daar niet intelligent genoeg
voor, in ieder geval.
Maar wat nog het meest verbijsterend was, behalve dat op de eerste rij
van het kunstenaarsvak, zo bleek halverwege de show, geen enkele kunstenaar
zat maar maar liefst zes Groningse dichters op een rij, was de desinteresse
waarmee het programma werd gemaakt. Zeker kunstenaar, had
ik in de ontspanningsruimte al horen zuchten. Diezelfde houding heerste
schijnbaar op de studiovloer. Voor een schaker met hamsterwangen en de
club dikke tieten wist de presentatie nog enig enthousiasme op te brengen,
maar vooral Pauw koesterde onverholen minachting voor alle bezoekers.
En voor het hele programma. We gaan nu puzzelen. Hoe sneu kan het
zijn. En later, met nauwelijks verborgen weerzin tegen de Bauerfans:
Jullie houden zeker van puzzelen.
Gisterenavond, na een lange dag repeteren - kent u dat principe: als je
een jaar geen piano hebt gespeeld pingel je die sonate zo weg, maar zodra
je echt gaat oefenen wordt het steeds slechter? - enfin, gisterenavond
was alles anders dan verwacht. De mensen luisterden, ze lachten af en
toe en leken Finnigan een stuk beter te begrijpen dan wijzelf. Mijn intelligentie
en concentratievermogen waren door gebrek aan nachtrust zo gemuteerd,
dat na een zinsnede als 'Grimme grauwe gruwgeruchten groeien grober in
de gloed' er moeiteloos uitkwam. Wat dan weer niet te zeggen was van die
paar normale zinnetjes die ik in mijn half uurtje mocht uitspreken. Maar
toch.
De kunstenaars zouden we niet meer sprekend in beeld krijgen. Het was
tijd voor de uitslag. Mijn geliefde was afgehaakt bij de eerste vraag
die zijn gebrek aan logica aantoonde en ikzelf voelde bij iedere fout
mijn tieten groeien. U mag straks in alle beslotenheid mijn IQ weten.
Terug in de trein zaten we naast een meisje, waarvan we direct raadden
uit welk vak zij kwam. Ja, zei ze stralend: 70F! 20 Euro had ze ervoor
gekregen van het modellenbureau. Okee, ze moest er voor op en neer vanuit
Breda (reiskosten niet vergoed), maar het was een mooie klus. Zij kwam
er wel. Van ons wist ze het trouwens ook meteen. Kunstenaars. Ze keek
ons geringschattend aan, en zei: tja als je grote borsten hebt en een
leuk gezicht heb je het gewoon makkelijker. Dan hoef je verder niks te
kunnen.
Pure poehasie, zou James Joyce daar over zeggen. Pure poehasie.
|